
Schuin voor het bankje met uitzicht op een meertje stond een hek van prikkeldraad en daarvóór een bruin bordje met de verwarrende mededeling: heide in ontwikkeling. (Subtitel: geen toegang.) Verwarrend, want er was in geen velden of wegen heide te zien. Wat niet is, kan nog komen, hoor ik u zeggen, zeker ‘heide in ontwikkeling’. Nou, daar ben ik het niet mee eens, want iets wat in ontwikkeling is, bestaat al wel.
Op ons heelal na dan, zeggen geleerden, dat ontwikkelde zich spontaan uit het niets. Waarvan ik me dan weer afvraag of dat wel ontwikkelen is. Van niets meteen iets. En dan niet zomaar iets. Ik bedoel, een HEELAL!
Trouwens, ze noemen het ontstaan van ons heelal The Big Bang en niet The Big Development.
Dus.
Hoe dan ook, heide is echt wat anders dan een heelal. Heide heeft een begin nodig om zich te ontwikkelen en dat was er nog niet. Dus eigenlijk hadden ze op het bordje moeten schrijven: straks komt hier heide. Of: we gaan hier met heide beginnen. Of: woorden van gelijke strekking. Wat dat ‘geen toegang’ dan weer wel iets voorbarig maakt, lijkt me, maar daar ga ik niet moeilijk over doen. Misschien wil staatsbosbeheer voorkomen dat de aarde straks finaal is platgelopen als ze de heide gaan planten, zaaien…
Eh… Hoe begint heide eigenlijk?
(Ik onderdruk hier de neiging om dat op te zoeken. Ik ben net zo blij dat ik weer eens schrijf. Fact checking is uitstel. Een van de vele soorten uitstel die ik ken.)
Intussen maakte ik me wel zorgen over het meertje, want dát was er al wel. Zou iemand aan dat water verteld hebben dat er heide in aantocht is? Ik hoop het, want die heide zal per slot van rekening een soort nieuwe buur zijn. Sterker nog, misschien ontwikkelt die heide zich wel tot een soort oever. Daar zou ik als ik het meertje was, wel van tevoren even iets over willen weten.
Dat bracht me ineens op het idee om te onderzoeken of dat bordje omgedraaid kon worden, zodat het meertje wist wat er komen ging. Ja, bizar idee, maar als ik twee uur in mijn uppie gewandeld heb, kom ik al denkend in een hele andere wereld terecht, een vrolijk en absurd universum waarin ik echt alle flauwekul serieus neem.
Dus ook dit idee, dat niet alleen absurd maar ook een beetje gevaarlijk was, want de verleiding was groot om eens te gaan voelen hoe stevig dat paaltje nu eigenlijk in de grond stond. Ik zag mezelf in gedachten het ding al optillen (arm om de paal, schouder onder het bordje) 180 graden draaien en weer terugzetten. Leek me zelfs met één functionerende hand/arm goed te doen, als het paaltje zonder moeite los te wrikken was, natuurlijk.
Vanaf mijn bankje stelde ik vast dat het in een veel te groot gat stond. Ik zag aan alle kanten ruimte. Ik keerde terug naar mijn idee en stelde me nog eens voor hoe ik in één vloeiende beweging het bordje zou omdraaien, een foto zou nemen van de nieuwe situatie en dan alles weer in de oorspronkelijke staat zou herstellen. Gewoon ter illustratie van dit verhaal.
En niet alleen ter illustratie, ook voor mijn gemoedsrust, want de hele toestand liet me niet meer los. Ik vind namelijk dat we de natuur serieus moeten nemen zoals we dieren en medemensen serieus moeten nemen, en in dat licht werd de mededeling op het bord opeens een groot ding waar ik niet meer omheen kon. Het meertje móést dat bord lezen. Ja, ik snapte ondanks de twee uur hallucinogeen wandelen ook wel dat het meertje niks zou gaan lezen, maar dat maakt voor mijn innerlijk evenwicht op zo’n moment niks meer uit. Rationeel denken is dan lang zo waardevol niet meer.
(Toch nog een fact gecheckt… dat meertje heet het Pluismeer. Echt schattig toch? Het komt aan die naam doordat er veel Wollegras groeit. Nog schattiger! Reden temeer om niet te licht over die aanstaande heide te denken, want voor je het weet kan dat Wollegras geen kant meer op en dat zou jammer zijn.)
Goed, terug naar dat paaltje. Even voor de gein omdraaien, foto maken, en weer terugzetten. Appeltje eitje. Of misschien, in lijn met 6 7 (six seven): 8 9 (eight nine)?
Eh…
Waar was Koala? Die had me fijntjes eraan kunnen herinneren dat dit soort dingen bij mij altijd anders aflopen dan gedacht.
Koala sliep.
Je bent Koala of niet.
Dat heb ik weer.
Goed… Du moment dat ik dat paaltje uit de grond trok, stond er een boswachter naast me.
‘U weet dat meertjes niet kunnen lezen, hè?’ zei ze.
Huh…?
Ik knikte.
Verbouwereerd.
En toen besloot ik om haar maar gewoon al mijn overwegingen en het bijbehorende plan uit de doeken te doen. Om een of andere reden dacht ik dat ze mij wel zou begrijpen.
Dat was zo.
Wat volgde was een uitgebreide fotosessie van de hele onderneming, inclusief close-ups van heide in ontwikkeling, die er wel degelijk was (ik had niet goed gekeken), en tot slot een paar melige selfies van ons beiden en het Pluismeer. Helaas kan ik de foto’s hier niet publiceren, want dan zou de boswachter in de problemen komen. Alleen de foto van het paaltje in oorspronkelijke toestand mocht ik boven mijn blog zetten. En ik moest vanwege de AVG de naam van het meertje veranderen. Het Pluismeer bestaat wel, maar daar heb ik dit allemaal niet meegemaakt.
Nee, dat was in mijn vrolijke en absurde universum waar echt iedere soort flauwekul serieus is. Ik ben blij dat ik het weer gevonden heb.








